Trampolinespringen

Je voelt je als een vogel in de lucht. Afzetten en hup…hoog, steeds hoger zweven. Wentelen, draaien, schroeven. Zo zweef je door de lucht. Neerkomen op de verende mat en hup…weer hoog. Een salto, gestrekt of gehurkt vlieg je door de lucht. Dát is trampolinespringen.
Om hoge, maar vooral mooie sprongen en salto’s te maken, moet je al je spieren perfect kunnen beheersen. En dat lukt alleen door te oefenen, véél te trainen. Al springende leer je de spieren te beheersen. Je verfijnt je gevoel voor evenwicht, ruimte, tempo en ritme.

De trampoline
Trampolinespringen kan hoog, heel hoog gaan. De sportzaal waarin wordt getraind, moet dan ook minstens 8 meter hoog zijn. De randen van de ‘trampo’ zijn afgedekt met beschermkussens. Soms is er een gordel boven de trampoline, waarmee je op een veilige manier kan oefenen. Ook wordt een dubbele minitramp gebruikt: twee kleine trampolines achter elkaar. Ook dit is een wedstrijdsport en is zelfs een onderdeel van de Europese- en Wereldkampioenschappen.

Wedstrijden
De KNGU organiseert verschillende soorten wedstrijden. Zoals ploegenwedstrijden, waarbij een ploeg bestaat uit 4 dames of heren. Ieder springt tien verplichte figuren en twee keuzeoefeningen. Bij synchroonwedstrijden springen twee dames of heren precies tegelijkertijd en even hoog. Mooi om te zien en leuk om te doen.
Wil je meer weten over o.a. het ontstaan van trampolinespringen, de regels, technieken en wedstrijden? Klik dan hier.

Voor tijd en locatie: zie lesrooster zondag.